De eerste ploegen hebben zich inmiddels ingeschreven voor de Dorpenomloop. We zijn zelf zo bescheiden om te zeggen dat het voor veel eliterenners uit de buurt een mooie kans is om een klassieker in hun eigen regio te rijden. Maar hoe denken ze daar zelf over? Leeft de Dorpenomloop al (weer) onder de renners?

Om daar achter te komen, hebben we een rondje gemaakt langs verenigingen, ploegleiders en renners uit de buurt. We trappen af met Gerdin Boelens, rasechte Drent en in het verleden eliterenner voor de Kannibaal en Gaul. Ooit zat hij tijdens de Dorpenomloop in de beslissende kopgroep en tegenwoordig is hij ploegleider.

“Prachtig dat de Dorpenomloop terug is”, aldus Boelens. “Een goede zaak voor het wielrennen in het algemeen en in Drenthe in het bijzonder. De Dorpenomloop is een hele mooie wedstrijd, met een rijke historie en een interessant, afwisselend parcours. Als Anneroel – ik ben getogen in het Drentse Annen – mag ik wel zeggen dat ik de route op m’n duimpje ken. In feite is het mijn oude trainingsparcours.”

Dit jaar is de Dorpenomloop een vrije klassieker, wat er voor zorgt dat het niveau hoger is. Maar dat houdt de mannen uit Peize niet tegen. Als ‘directeur sportif’ kan niemand beter dan Gerdin ons vertellen hoe de Kannibaal toeleeft naar de Dorpenomloop:

“Bij de Kannibaal staat plezier voorop, en van daaruit hopen wij klinkende resultaten te gaan boeken. In een vrije koers zal de concurrentie natuurlijk erg sterk zijn. Dat dwingt ons misschien tot wat bescheidenheid, maar onze mannen zullen er zeker invliegen, en proberen een mooie uitslag uit het vuur te slepen. Een concrete uitslag wil ik daar nu niet op plakken. Onze sponsors, die veelal in de regio Peize/Roden zitten, hebben er echter sowieso recht op dat wij in deze koers ons beste beentje voor zetten. Je mag dus zeker wat van de Kannibaal verwachten!”

Hoe staat het met de vorm van jullie renners?

“Het seizoen is nog jong, maar de vorm van de ploeg is momenteel helemaal niet onaardig. Een groot deel van de renners heeft een goede winter achter de rug, met een trainingskamp in Girona (Spanje). Dat biedt een mooie basis voor een goed seizoen. In de eerste koersen blijken onze renners hun mannetje te staan. Wij kijken dan ook met vertrouwen uit naar de Ronde van Groningen, de Veenkoloniën en later dit jaar de Dorpenomloop, zeker in de wetenschap dat enkele andere renners zich gaandeweg het seizoen bij de huidige klassiekerploeg zullen voegen.”

Hebben jullie Flandriens/kasseienvreters in de ploeg zitten?

“Onze gevestigde namen kunnen zeker op de Drentse keien uit de voeten. Denk dan aan een Pascal Aandewiel, een Martijn Knol en een Bram Verweij. Verder timmeren de wat nieuwere gezichten als Maurice Zaal, Frank Thomson, Pieter Verhoeven en Robert de Vries ook uitstekend aan de weg. Vul dat aan met enkele top-marathonschaatsers zoals Ronald Kruijer en Pim Cazemier en we kunnen een mooi ploegje op de been brengen.”

Als renner heeft Boelens de Dorpenomloop meerdere keren gereden en reed hij aanvallend in beeld toen hij in een grote kopgroep zat. “Dat was een donders mooie koers in 2011, als ik het goed heb. Eind april met windkracht 5/6 en tegen de 30 graden. Peter Merx, toch bepaald geen kleine speler, moest na afloop aan een infuus van pepermunt om weer bij zinnen te komen. Dat zegt denk ik genoeg.”

Boelens vertelt hoe hij in de kopgroep terecht kwam: “Bij Eelde reed ik weg met onder andere Adrie Lindeman, Cor van Leeuwen en Pim van den Berg. We zaten met onze ploeg met drie man mee in de kopgroep van een man of 12. De anderen waren Rick Ottema en Frans Hoveijn. Laatstgenoemde is nu een van de sterkhouders van de Kannibaal, trouwens.

Helaas moest ik de kopgroep op de kasseien bij Exloo met krampen laten gaan. De laatste kilometers waren echt overleven. Er reden niet veel man uit. Ik werd geloof ik 37ste, totaal uitgeput. Toch kon ik tevreden zijn, mede vanwege de winst van het ploegenklassement met mijn toenmalige ploeg Gaul!”

Gerdin weet dus hoe het is om over keien te rijden en legt graag uit hoe je dat het beste doet als we hem daar naar vragen: “De fans van het klassieke wielervoorjaar weten dit. José de Cauwer legt het elke koers weer uit. “Ja, Michel… hoe moet ge over de kasseien dokkeren? Handjes losjes op de gidon, kont achterop het zadel, niet te licht rijden, de fiets het werk laten doen, en bovenal snelheid houden, natuurlijk…” En zo is het!”

“Ik wil trouwens nog mijn lof uitspreken voor de mensen die het initiatief hebben genomen de Dorpenomloop nieuw leven in te blazen,” besluit Gerdin. “Van dat soort acties moet de wielersport het hebben. Ik zou zeggen, hou dit vast!”

Een mooi compliment voor onze organisatie. Wij gaan ons best doen om er een geweldige dag van de maken op 7 mei. Aan het enthousiasme van de renners en ploegleider van de Kannibaal kan het in ieder geval niet liggen.